Transactionele Analyse

“TA” staat voor “Transactionele Analyse”. Het is een verzameling vaardigheden om patronen in onderlinge omgang te herkennen en soms te veranderen.

1. Transacties

De basis van TA.
Lees verder

2. Scripts

De vaardigheid van het patronen zien.
Lees verder

3. Ego-posities

De vaardigheid van je kijk op de zaak.
Lees verder

4. Drama 3-hoek

Vaardigheid van eruit blijven.
Lees verder

5. Spelletjes

Vaardigheid van het spelletje doorzien.
Lees verder

6. Rackets

Vaardigheid van het echte script zien.
Lees verder

7. Zegels

Vaardigheid van de druppel herkennen.
Lees verder

1. Transacties en strokes

Intro: communicatie op meerdere lagen

Het woord "transactie" in Transactionele Analyse staat voor de uitwisseling van feiten en gevoelens in de onderlinge communicatie. Er wordt van alles uitgewisseld; verbaal en non verbaal.

Bijvoorbeeld: iets met een vriendelijke stem zeggen, maar een sarcastische ondertoon of met een bepaalde bepaalde gezichtsuitdrukking.

Een “stroke” staat voor wat de communicatie bij de ander uitlokt (wat het met de ander doet). Het leuke van de term stroke is dat het twee betekenissen heeft: “liefkozing” maar ook “klap”. Bij de communicatie worden er strokes uitgewisseld; positief en negatief.

En soms kan de ervaren stroke totaal anders zijn dan bedoeld.

Terug naar het overzicht.

Met TA technieken ga je anders naar communicatie kijken. Je kijkt voorbij de boodschap en herkent de onderliggende patronen.

2. Scripts

De vaardigheid van het zien van patronen.

Inhoud

Een "script" is in TA de manier waarop iemand met een bepaalde situatie omgaat, en daarmee ook steeds weer een bepaald verloop en afloop tot stand brengt.

Hoe werkt dat?

In het algemeen kun je zeggen: leven is het omgaan met situaties die op je pad komen. Oftewel: het is het "dealen" met de situaties en de anderen.

Wat besluit te doen wordt uiteraard bepaald door hoe je naar de situatie, naar de anderen en naar jezelf kijkt op dat moment. Het maakt bijvoorbeeld nogal uit of je verwacht dat je de situatie aankunt of niet en of de anderen te vertrouwen zijn of niet.

Die gedachten daarover worden in TA “besluiten” genoemd, die je bewust en onbewust neemt over situaties, anderen en jezelf.

De besluiten die je ooit nam werden/worden bepaald door hoe de eerste situaties voor jou verliepen, maar ook door wat je beïnvloeders (ouders, vrienden, leidinggevende) van die situatie en jou vonden (hun besluiten dus).

Genomen besluiten zijn daarna van grote invloed op hoe je een volgende keer omgaat met die situatie. Er ontstaat een vast patroon dat je dan onbewust “afdraait”. Dat zijn je scripts.

Script zijn in hoge mate self fulfilling. Want zoals jij kijkt en reageert op de situatie bepaalt de manier waarop anderen jou ervaren, en hoe ze naar jou doen. Als je besluit is: “de anderen zijn waardeloos en zullen het wel weer verknoeien”, dan behandel en benader je hen op die manier, en “bewijs” je uiteindelijk dat je gelijk hebt. Maar als je besluit is: “de anderen zijn net als ik op zoek naar de beste oplossing, en samen vinden we de beste weg”, en zo handelt, dan zul je ook gelijk krijgen.

Dit blijken zeer sterke mechanismes; vaak onbewust. Mensen zullen automatisch hun scripts uitvoeren, ook als het steeds weer tot pijn, mislukking en verdriet leidt.

Bij negatieve scripts (schadelijk voor zelf of ander) zie je vaak dat iemand opvallend boos of bang reageert. Anderen schrikken dan terug of verdedigen zich. Er ontstaat dan spanning, waardoor de uitkomst (weer) verkeerd uitpakt. “Zie je wel dat het klopt?”

Het goede nieuws is dat andersom positieve scripts ook zo werken. Mensen die in zichzelf en anderen geloven kunnen zich verbinden en krijgen veel meer voor elkaar.

Als je de mensen om je heen observeert zie je scripts in actie. Allemaal onbewust bezig hun script te bewijzen.

Terug naar het overzicht.

Met TA kun je scripts doorzien. En, zeker bij jezelf, ze ombuigen. Je kunt negatieve scripts verzachten en positieve(re) scripts eigen maken.

Dat kan grote veranderingen in je leven teweeg brengen. Het vervangen van een schadelijk script door een effectiever script heeft grote impact.

3. Ego Posities

De vaardigheid van de kijk op de zaak doorzien.

Inhoud

Als onderdeel van een script (zie hierboven) laten mensen soms “ego-posities” zien.

Ego-posities zijn in TA manieren waarom mensen een standpunt (manier van kijken) innemen ten opzichte van situaties en anderen.

Er zijn 3 ego-posities, die in elk persoon zijn verenigd.

Als uitleg nemen we het volgende voorbeeld: stel je een situatie voor waarbij je onverwacht wordt geconfronteerd met een project dat flink vertraagt.

De eerste ego-positie wordt de “ouder” genoemd. Ale je deze positie inneemt, dan verhef je je als ware. Dat kan een Kritische Ouder zijn (“Tsjonge, jonge, wat hebben jullie het hier weer #$%# geregeld”) of een Voedende Ouder (“Ach, wat een tegenslag. Dit zal voor jullie vast ook vervelend zijn, maar ik weet dat jullie het kunnen”).

De tweede ego-positie is die van het kind. Als je die positie inneemt dan verdedig je je min of meer. Dat kan een Opstandig Kind zijn: ”Waarom kijk je naar mij? Alsof jij alles goed doet!” of proberen de schuld bij een ander te leggen. Het kan ook een Aangepast Kind zijn: timide, schuldbewust, van binnen piekerend, of opgevend.

De derde ego-positie is de Volwassene. Deze reageert rationeel en feitelijk. Er is een uitloop en deze lijkt onvermijdelijk. Wat zijn nu de beste opties, en laten we een goed plan maken.

De ouder- en kind-positie gaan niet over de inhoud van de situatie maar hun positie (ten opzichte van elkaar). Oudergedrag suggereert “ik ben de grote, jullie de kleine” en kindgedrag “ik moet me verweren”. Ouder- en kindgedrag versterken elkaar meestal. De kritische ouder lokt het opstandige kind uit, of het aangepaste kind en vice versa.

Volwassen-gedrag is meestal het meest effectief voor werksituaties. Het is ook meestal de oplossing als een ander in ouder- of kindgedrag “schiet”. De oplossing ligt dan in het terugvinden van "de deal": wat we te doen hebben is ###, wat ik kan doen is ###, wat ik niet kan bieden is ### en wat ik nodig heb is ###.

Terug naar het overzicht.

Met TA technieken kun je ego-posities bij jezelf en anderen herkennen en er mee omgaan. Door ze bewust te herkennen en er zelf bewust tussen te kunnen schakelen is een krachtige vaardigheid.

4. Drama-driehoek

De vaardigheid van weer uit de driehoek te komen

Inhoud

Als onderdeel van hun scripts (zie hoofdtuk 3) kunnen mensen bewust of onbewust aansturen op een “drama-driehoek”. Zie het woord “drama” daarin zoals een drama op TV of in theater.

De dramadriehoek is een onderlinge dynamiek die kan ontstaan als mensen met elkaar in contact zijn (gesprek, project, etc.). Het drama ontstaat als de betrokkenen niet meer met het onderwerp bezig zijn (datgene wat moet gebeuren), maar met elkaar. Er worden dan meningen over de anderen uitgewisseld; dat wat de ander doet (of niet doet).

Er zijn 3 rollen die men dan kan gaan spelen:

1.
De “Aanklager” klaagt een ander aan. De ander heeft het niet goed gedaan of deugt niet. De dramadriehoek ontstaat dan als de ander reageert door 1 van 3 rollen te kiezen (de andere 2 rollen worden hieronder nog beschreven).

2.
Het “Slachtoffer” geeft aan dat het allemaal op zijn/haar schouders is gekomen, en dat hij/zij dit ook niet kan oplossen. De dramadriehoek ontstaat dan als de ander reageert door 1 van 3 rollen te kiezen (hierna moet nog 1 worden beschreven).

3.
De “Helper” heeft, gevraagd of ongevraagd, de oplossing en geeft aan wat de anderen moeten doen. Dit kan enorm vriendelijk verpakt zijn of meer dwingend, maar de anderen moeten nu doen wat de (superieure) helper aangeeft. De dramadriehoek ontstaat dan als de ander reageert door 1 van 3 rollen te kiezen.

Dat zijn ze: zie je voor je hoe je hier een prachtig spektakel mee kunt krijgen? De helper dwingt, de aanklager klaagt aan, het slachtoffer protesteert, helper gaat aanklagen, aanklager gaat helpen, enz, enz. Vermakelijk soms.

Het doorzien en oplossen van drama-driehoeken is een geweldige manier om discussies in relaties en groepen te verbeteren.

En de oplossing is net als bij de "volwassene" bij de ego-posities: terug keren naar de "deal" die de betrokkenen met elkaar hebben. Wat moet er worden gerealiseerd, wat is de afspraak qua bijdrage, wat kan iemand bieden, wat kan hij/zij niet bieden, en wat heeft hij/zij nodig? Als dat per betrokkene concreet wordt gemaakt (uitgesproken of opgeschreven) is de aandacht weet op de taak en niet meer op elkaar.

Terug naar het overzicht.

Met TA technieken kun je drama driehoeken herkennen en ze effectief ombuigen. Dit is een zeer krachtige vaardigheid in teamplay en voor mensen in leidinggevende posities.

5. Spelletjes

The games people play.

Inhoud

Binnen de TA wordt een “spelletje” gedefinieerd als een serie transacties die iemand met een bijbedoeling uitvoert om een vaste uitkomst te bewerkstelligen.

Deze uitkomst wordt de “pay-off” genoemd. Het levert aan de speler van het spelletje iets op; bijvoorbeeld aandacht, genoegdoening, wraak, of andere emoties. Nu geldt dat natuurlijk vaak bij omgang, maar bij een spelletje is het venijniger.

Bij een spelletje heeft de pay-off te maken met het bewust aansturen op iemands script-besluiten (zie onderdeel 3). De persoon stuurt erop aan dat die overtuigingen weer bevestigd worden; ook al is het schadelijk voor de ander en/of de persoon zelf.

Bij een spelletje dwingt iemand de ander (aanvankelijk vaak ongemerkt) in een script. Dat wordt de “hook” (vishaak) genoemd. Als je in dat haakje bijt, dan begint het spelletje; je zit in het script van de ander. De hook is vaak onschuldig. Een reactie uitlokkende vraag, een kleine dienst met een bijbedoeling of een kleine ondeugd.

Maar als het spelletje eenmaal loopt (lukt) neemt het toe, tot jeop een bepaald moment denkt (bewust of onbewust): “maar dat wil ik niet meer”. Zodra je dan aangeeft dat dit moet stoppen reageert de ander vaak heel emotioneel.

En nu komt het gekke: die uitkomst was precies de bedoeling. Onbewust heeft de ander precies hierop aangestuurd; zelfs als hij/zij er van baalt. Net zoals een kind, waarvan de ouder zegt: "hier heb je om gevraagd", terwijl het kind enorm boos is.

TA heeft een onderverdeling naar de schadelijkheid en het geaccepteerd zijn van de spelletjes:

Eerstegraads-spelletjes zijn min of meer geaccepteerd binnen de sociale omgeving van de spelers (“ach dan krijgt hij/zij weer even zijn/haar dingetje”).

Tweedegraads-spelletjes zijn al geniepiger en, en leveren wat schade op aan de relatie of zelf, welke meestal nog wel omkeerbaar is.

Derdegraads-spelletjes kunnen behoorlijke (psychische of lichamelijke) schade of letsel veroorzaken bij één of meer van de spelers (ook degene die het spel uitvoert soms).

Terug naar het overzicht.

Met TA kun je technieken leren om spelletjes te herkennen en ze te neutraliseren. Dat kan veel gedoe voorkomen.

6. Rackets

Indirect duiden van scripts.

Een “racket” is in TA als iemand een opmerking of reactie over zijn/haar negatief script "weg-tikt" via een sociaal aanvaardbare uitleg.

Hij/zij justificeert of vergoeilijkt met het racket het negatieve script-gedrag voor de ander of voor zichzelf.

Voorbeeld: “ik voel me enorm verantwoordelijk voor de bedrijfsresultaten, waardoor ik soms ongewild in conflict kom”. Dat “in conflict komen” zijn de niet-geaccepteerde gevoelens, die -en dit is het merkwaardige bij rackets- onbewust het negatieve script verhullen: de behoefte aan strijd.

Of nog een ander en indirecter voorbeeld: “Ik word altijd genegeerd in gezelschap, waardoor ik maar niet meer kom”. Hier is het “genegeerd worden” het negatieve script (en in feite de echte behoefte van die persoon).

De persoon gebruikt de racket om zijn/haar probleem zo te laten en om een soort rechtvaardiging te vinden voor de niet toegestane gevoelens. Achter die niet toegestane gevoelens zit een negatief script. Soms met een hoge mate van sabotage of zelfsabotage.

Je ziet bij die personen dat ze naast de racket-uitspraken steeds weer (meestal onbewust) het script laten zien: gedrag en strategieën die leiden tot het gewenste doel, inclusief de dan weer tentoongespreide protesten en gekwetste gevoelens.

Terug naar het overzicht.

Met TA kun je technieken leren om bij jezelf of anderen rackets te herkennen.

7. Zegeltjes

Het potje zien.

Inhoud

In TA staat de term “zegel” voor het opbouwen van spanning.

Het beeld dat wordt gebruikt is dat van het sparen van zegeltjes. Iedere keer als je iets “slikt” terwijl je baalt de uitkomst doe je als het ware een zegeltje in de spaarpot.

Op een bepaald moment is de pot vol, en bij het volgende zegeltje ledig je in één keer de pot. De gebeurtenis staat dan totaal niet in verhouding tot je reactie.

Veel mensen hebben in meer of mindere mate dit patroon. Het is zaak om deze te vervangen door een patroon waarin je eerder de lading wegneemt.

Wij maken in onze praktijk vaak de schadelijke effecten van dit patroon mee. Tot zonet leek alles nog goed, en ineens gaat alles stuk. Tot je ook oog krijgt voor de lading; dan kun je preventief werken en grote schade vermijden.

Wat heel goed werkt bij zegels is om het woord "intentie" te gebruiken. Elkaar te vertellen dat het niet je intentie was, en zeker ook niet is om de ander te kwetsen.

Je kunt je nog verontschuldigen voor je acties tot nu toe, en de intentie uitspreken dit niet meer te doen. Als de ander dat kan accepteren kunnen de potjes met zegeltjes worden geleegd. Zo niet dan moeten de partijen beide "leven" met deze lading, die de kwaliteit van de relatie verstoort.

En degene die zegt: "dit vergeef ik je nooit meer, maar we gaan wel verder", moet zich realiseren dat tegen zoveel onschuld niet valt op te boksen door de ander, waardoor hij/zij de samenwerking onmogelijk maakt.

Terug naar het overzicht.

Er zijn verschillende technieken om een te grote opbouw van zegels te voorkomen, en om er preventief iets aan te doen.